| 1. | hebben leerlingen een persoonlijk lesrooster zonder tussenuren of uitval van lessen; |
| 2. | stellen ze makkelijker vragen aan hun docent; |
| 3. | kunnen ze vak voor vak doorgroeien van VMBO naar Havo of van Havo naar VWO; |
| 4. | zijn scholen kleinschaliger; |
| 5. | zorgen kleine scholen dichtbij huis voor korte reistijd en daardoor voor extra lestijd; |
| 6. | is er meer lestijd omdat leerlingen niet van het ene naar het andere klaslokaal hoeven gaan; |
| 7. | is voor sport, creatieve vakken en sociale interactie veel tijd beschikbaar; |
| 8. | wordt huiswerk op de eigen werkkamer op school gemaakt, onder begeleiding van docenten; |